a a a

Onze oren

 

oor

1) Het buitenoor (oorschelp, gehoorgang en trommelvlies): Het geluid gaat door de gehoorgang en raakt het trommelvlies.

2) Het middenoor (lucht gevulde ruimte met gehoorbeentjes bestaande uit: hamer, aambeeld, stijgbeugel): Door de geluidsgolven gaat het trommelvlies trillen en komen de gehoorbeentjes in het middenoor in beweging.

3) Het binnenoor (slakkenhuis gevuld met vloeistof bekleed met duizenden kleine haarcellen):
Hierdoor wordt de vloeistof in de cochlea/slakkenhuis in beweging gebracht, die dan op haar beurt de haarcellen laat bewegen.

4) Gehoorzenuw: De haarcellen zetten deze beweging om in elektrische impulsen en de gehoorzenuw stuurt het signaal naar de hersenen.

 

Gehoorverlies / slechthorendheid
Gehoorverlies ontstaat wanneer ergens in de onderdelen van het oor iets mis gaat. Sommige vormen van gehoorverlies zijn eenvoudig te verhelpen door de huisarts of de kno-arts, bijvoorbeeld als de gehoorgang verstopt zit met oorsmeer of als er een ontsteking in het middenoor zit. Andere vormen van gehoorverlies zijn moeilijker of helemaal niet te verhelpen, zoals een beschadiging in het binnenoor.

Welke klachten kunnen er bestaan?
Enkele voorbeelden van klachten uit de praktijk: Gesprekken zijn lastig te volgen vooral wanneer u het onderwerp niet mee krijgt, vaker navragen wat er gezegd wordt, moeite met verstaan in groter gezelschap, tv of radio moet steeds harder. Mensen praten zo onduidelijk en zacht. Slechthorendheid is meer dan het niet meer hard genoeg horen van geluiden. Bij gehoorverliezen kunnen de geluiden ook vervormd worden gehoord, soms doffer en soms juist erg scherp. Vaak is het oor weliswaar minder gevoelig voor zachte geluiden, maar juist extra gevoelig voor harde geluiden, waardoor deze sneller als pijnlijk ervaren worden. Dat is de reden waarom men nooit moet schreeuwen tegen slechthorende mensen. Slechthorenden hebben vaak meer last van omgevingslawaai dan goedhorenden. Dit treedt al op bij beperkte gehoorverliezen. Feestjes, disco’s, gezellige achtergrondmuziek, vergaderingen, door elkaar pratende mensen etc. zijn moeilijke situaties voor slechthorenden. Al deze factoren dragen ertoe bij dat slechthorenden sneller onzeker kunnen worden en zich buitengesloten gaan voelen, soms zelfs aanleiding gevend tot vereenzaming. Geen mens is gelijk en ook geen gehoorverlies is gelijk.

Welke soorten gehoorverlies zijn er?
Geleidingsverlies:
Bij problemen in het uitwendig oor of in het middenoor worden de geluiden niet goed naar het slakkenhuis doorgegeven.

Perceptieverlies:
Bij problemen in het slakkenhuis of de gehoorzenuw wordt gesproken over perceptieverlies. De geluiden klinken dan niet alleen zachter, maar kunnen ook enigszins vervormd worden, waardoor ze soms niet normaal klinken. Harde geluiden kunnen pijnlijk of onaangenaam zijn voor het oor. Door bijvoorbeeld slijtage van de haarcellen, waardoor de trilhaartjes in de loop van tijd minder goed gaan werken en de geluidstrillingen uiteindelijk niet goed meer worden doorgegeven aan de gehoorzenuw.

Gemengdverlies:
Van een gemengdverlies spreekt men, wanneer er zowel een geleidingsverlies als een perceptieverlies is.

Het is echter een misopvatting dat slechthorendheid alleen voorkomt bij oudere mensen, uit cijfers blijkt dat 50% van de slechthorende jonger is dan 65 jaar!